De berekeningen van het rijden

Vandaag woedde weer de storm door het Vlaamse Parlement. De Verenigde Fractiën vielen Yves Leterme aan op zijn Haagse bordesconfidenties maar waren vergeten dat de finaliteit uit het regeerakkoord over het wegenvignet nog steeds staat als een duurzaam gebouwd huis: de buitenlanders zullen nog steeds moeten betalen voor het gebruik van onze autosnelwegen en gewesten. Zoals ik reeds eerder in deze opmerkte: “on maintiendra”.

Eloi Glorieux van Groen!, die van de wapens, hield als enige een goed onderbouwd pleidooi voor de slimme kilometerheffing. Frappant hoe een in feite zeer neoliberaal idee als internalisering van externe mobiliteitskosten (rekeningrijden om zo te zeggen) in de armen wordt gesloten van een partij die het nutsdenken zo diep verafschuwt. Hij schotelde tijdens het debat de voormalig groene Bart Martens meer dan eens een definitieve repliek voor. Respect.

Flor Koninckx toonde dan weer dat voormalige rijkswachters het vermogen bezitten om bondig maar puntig hun punt te maken. Misschien maakt dat van hem een slecht parlementslid, maar de discussie wordt er alvast prettig efficiënt mee. De Grote Vlaamse Brompot Jan Peumans was het voor één keer eens met CD&V, maar kon het niet laten om te herinneren aan zijn voorspellende kracht wat Europa betrof. Mocht Het Belang van Limburg een tabloid zijn, het kopte morgen “Peumans heeft gelijk!” op zijn één. De slogan werd gelanceerd door de Kleine Maar Dappere Jan Penris, die retorisch steeds harder op zijn grote Belangbroer begint te lijken. Maar vervelen doet hij nooit.

Maar de aanstookster van het hele debat was de ex-Jong-Open-VLD’ster Annick De Ridder. Fel, kattig zelfs, maar geen partij voor de meeste van de commissiekrokodillen; inderdaad, dat zijn mannen.

Rond half zes had ieder zijn zeg gedaan, de journalisten hadden beeld en geluid en Yves ging over tot de orde van de rest van de dag: de begrotingscontrole en de Ieperse gemeenteraad.

Blijvend proberend u frekwenter schrijvend groet u

Karel