In Amerika aangeland

Washington DC is een stad waar ik vaak kom, zonder daar ooit geweest te zijn. Nog sterker geldt hetzelfde voor New York en misschien wel voor de Verenigde Staten als geheel. Wij noemen hen graag Amerika. Dat klinkt heldhaftig en hoopvol, als een verlangen naar vrijheid. Je bent daar al zo lang omdat zij onophoudend en massaal onze kant uit zijn gekomen. Ik heb nooit van Amerika gehouden en tegelijk heb ik de voorbije veertig jaar in duizenden films en series voortdurend beelden en klanken van het land opgeslorpt. De namen van gelezen auteurs uit de twintigste eeuw die ik meteen kan opnoemen zijn beperkt: James Salter, Stephen King, Amistead Maupin en dan stokt het. Natuurlijk ook Salinger, Hemingway, Bret Easton Ellis en Donna Tartt. Geen van hen heeft mijn beeld van Amerika definitief kunnen vormgeven. Misschien is Amerika wel uitgevonden om er films en televisie over te maken en spelen de Amerikanen gewoon een rol. Begin juni bevind ik mij voor het eerst op hun grondgebied. De luchthaven heet Dulles International Airport. Het is er bewolkt, warm en vochtig. Dat komt omdat het District of Columbia altijd al moerassig van aard was. De weersomstandigheden verbazen me enigszins. Die dingen voel je natuurlijk niet wanneer je televisie kijkt.

Mijn douanier bewaakt de uitgang van de transitzone. Hij draagt een zwart uniform, wat goed staat bij zijn aziatische uiterlijk en de glans van zijn kortgeknipte kapsel. Hij gedraagt zich bijzonder kortaf. Allicht hoort dat bij zijn rol. Misschien heeft hij een broer verloren bij de aanslagen op het WTC en denkt hij aan hem, telkens een glimlach zich opdringt wanneer een reiziger zijn paspoort presenteert. Ik voel me alsof ik een auditie moet doorstaan en ongeschikt zal blijken. Een gevoelige man is het, iemand met verantwoordelijkszin. De taxichauffeur is een bolle latina. Mexico, die gedachte komt vanzelf. Ze is dus ver van huis, misschien heeft ze een heleboel kinderen. Ik ben meteen bezorgd.

Bij het binnenrijden van de stad zie ik vanaf de brug over de rivier het Lincoln Memorial. Hier crashte de capsule van Mark Wahlberg. Het witmarmeren standbeeld van de president bleek tijdens zijn eeuwenlange afwezigheid vervangen door de kop van een primaat. De bereden politie die de ruimtevaarder kwamen oppakken waren apen in uniform die een witte motorhelm droegen. Wat later passeren we langs de obelisk. Straks duikt Spiderman op, denk ik. En werkelijk niemand zou dat vreemd vinden. Mijn hotel staat in een nieuw stadsdeel, The Wharf genaamd. De hele stad mag dan wel gebouwd zijn volgens een strak plan, hier is iets vreemds gebeurd. De Amerikanen lopen door een gloednieuw decor dat je evengoed in een Europese stad aan het water kan terugvinden, tot het interieur van de luxeflats toe. Maar toch — de restaurants zijn ingeplant en ontworpen als waren het attracties in een pretpark en de obers doen hun ding helemaal zoals het scenario voorschrijft. Ik betaal dollars met een kredietkaart. Het veroorzaakt geen ene rimpel in mijn voorhoofd.

De volgende dag wandel ik vanaf het Witte Huis tot Capitol Hill en terug. Iedereen gedraagt zich zoals het hoort. Ik voel me een acteur in mijn eigen leven.