Is de pen van IF machtiger dan zijn zwaard?

Elke nota die ter beslissing aan de vrijdagse raad der Vlaamse ministers wordt voorgelegd, is gelezen en al dan niet goedgekeurd door een lid van het korps der Inspecteurs van Financiën. Ze huizen op de twaalfde en hoogste verdieping van het Phoenixgebouw aan de Albert II-laan. Dat is de verdieping boven die waar hun voogdijminister Dirk Van Mechelen kantoort.  Er moet enige distinctie zijn, nietwaar.

De IF’s onderzoeken de wettigheid, de regelmatigheid en de doelmatigheid en de budgettaire zindelijkheid van het ministeriële plannengebroed. De IF-documenten zijn vaak mijn ankers bij de advisering van het saaiere soort regeringsnota’s. De standpuntbepalingen die Renaat Landuyt ons vraagt omtrent federale verkeers- en vervoersreglementering bijvoorbeeld. Want wat doet zich voor? De IF getroost zich steeds de moeite om een zeer gebalde samenvatting van het wetsvoorstel in kwestie of erger nog, het koninklijk of ministerieel besluit, in zijn advies op te nemen. Neem nu artikel 49, paragraaf 1 van het verkeersreglement. Het  oorspronkelijk artikel 49.1 stelt dat  een motorvoertuig slechts één enkel voertuig mag slepen en dat deze regel niet geldt voor motorfietsen met zijspan en drie- of vierwielige motorfietsen; zij mogen dus geen aanhangwagen trekken. Het ontwerp van KB stelt nu voor dat ook drie- of vierwielige motorfietsen en die met een zijspan een aanhangwagen mogen trekken. Waarbij de Vlaamse administratie dan opmerkt dat bepaalde aspecten niet of onduidelijk geregeld zijn, zoals de maximale lengte van de aanhangwagen, de maximale massa van de aanhangwagen en de nodige vertraging, de koppelingsinrichting en de eventuele keuring van brom- en motorfietsen. U begrijpt dat ik , met de deadline voor het inleveren van mijn advies in zicht, het bestaan van de IF-nota’s dankbaar ben, vooral punt 2 “Beknopte samenvatting van het voorstel”.

De Inspecteurs van Financiën zijn waarachtig de prinsen onder de ambtenaren. De oudsten onder hen beschikken over een voortreffelijke beheersing van de schrijftaal, in tegenstelling tot wat De Standaard vandaag over onze jongeren bericht. Het stelt hen in staat om in hun besluiten met slechts enkele goedgekozen woorden een afwisselend neutrale, strenge, soms cynische en uitzonderlijk getemperd positieve of zelfs sarcastische toon te voeren.

Maar waarom vertel ik u dit? Omdat ik onlangs ontdekte dat Georges Stienlet in zijn vrije tijd romanschrijver is (zie mijn vorige blog). Ooit in 1982 jonge kabinetsmedewerker geweest van premier Wilfried Martens, waar hij wellicht geen tijd had om romans te schrijven. Hij werd door de decennia heen wel een kenner van politiek en administratie. Ondertussen kweekte hij op de boerderij thuis konijnen en vond hij pas op zijn vijftigste tijd om te trouwen. Met “Een keizer in de schaduw” (Davidsfonds uiteraard) werd hij genomineerd voor de Debuutprijs 2005. Zijn nogal dikke boek is een politiek zoekplaatje, dat spreekt. Ik kom hem soms tegen op een technische bilaterale begrotingsvergadering want hij volgt onder andere het beleidsdomein openbare werken op. Maar vanaf nu lees ik zijn nota’s met een andere invalshoek. En ik  zal nooit meer zijn samenvattingen stelen. Uit respect voor het extraprofessionele schrijverschap.

Omdat schrijven schrappen is, zal zo snel mogelijk andere activiteiten schrappen om u te schrijven

Karel