Als voorzichtigheid geen kunst meer is

22/12/2007

Afgelopen week baarde plots een regering. Een vroeggeboorte, dat wel, maar levensvatbaar dankzij de stand van de politieke technologie. Nog dertien weken in de broedkas en op drieëntwintig maart is ze klaar voor de verrijzenis, tenzij de iden van maart haar alsnog uit de wereld houdt. Gelukkig zit het parlement niet op zaterdag.

Woensdag bleek plots het momentum daar, en voor het einde van de avond hadden meer dan een dozijn collega’s de beslissing genomen om ons kabinet te verlaten. Bij sommigen met het hart, bij de meesten met het hoofd en slechts een enkeling vergat niet beiden te verzoenen. Daarnet hoorde ik Herman Van Rompuy bij Rik Torfs in Nooitgedacht vertellen over Robert Houben, CVP-voorzitter begin jaren zeventig, die hem ooit toebromde dat men de belangrijkste beslissingen in het leven met den buik nam. Het hoofd diende om er een reden voor te vinden. Een mens begint zich dan dingen af te vragen, maar passons.

Volgende week verhuis ik hopelijk naar het kabinet Overheidsbedrijven. Er wachten mij, in volgorde van hoofdpijnintensiteit, het spoor, de post, den RTT en de Loterij. Ik neem me voor om Inge Vervotte voor haar verjaardag, volgende week donderdag, mijn exemplaar van het Handorakel van Balthasar Gracian cadeau te doen. Het boekje van de zeventiende-eeuwse spaanse Jezuïet draagt als tweede titel De Kunst der Voorzichtigheid. Wij gaan het nodig hebben tijdens de nachtelijke onderhandelingen. Herman Van Rompuy, die heeft het vast al gelezen.

Met de handen aan het hart groet u

Karel